Tekst geschreven door kunstcritica Marie Christine Walraven

Het nog jonge oeuvre van Benno de Wit, de kunstenaar studeerde in 2008 af aan de AKV St.Joost in Den Bosch, laat een bestendig thema zien. De Wit (Den Bosch, 1980) schildert architectuur. Hij portretteert - zoals hij dat zelf benoemt- de buitenkant van een bouwwerk en zoals dat past bij een portret, brengt hij dit herkenbaar in beeld.

Zijn schilderijen laten op precisionistische manier bestaande gebouwen zien. Ordelijke bouwkunst: strakke gevels, heldere vensters, strak gelakte deuren, daken, een schoorsteen en een regenpijp. Architectuur die bedacht en getekend is langs de loodlijnen van de logica. Geconstrueerd volgens de tekentafelwetten van de functionaliteit. Onwankelbaar neergezet op het stevige fundament van de zwaartekracht.

In het werk van Benno de Wit zijn mensen opmerkelijk afwezig. Rond de verstilde gebouwen zijn geen sporen van leven zien. Er is niet of nauwelijks sprake van menselijke activiteit. Het gaat niet om bewoonde woningen of om ronkende fabriekscomplexen. De gebouwen die De Wit schildert, in ijle 'hollandse luchtkleuren', zijn in feite contrasterende vlakken, beeldelementen die op een heldere wijze zijn gecomponeerd.

De tweede groep werken heeft een uitgesproken stedelijk karakter. De indrukken die De Wit opdoet tijdens de reizen die hij maakt naar Zuid-Amerika, met name naar Rio de Janeiro, worden in warmere kleuren neergezet. In een onbevolkt straatbeeld is slechts plaats voor het straatmeubilair. Verkeersborden, vuilnisbakken en verkeerslichten worden in een structuur gevangen van bovengrondse elektriciteitsdraden.

De meest recente werken, gekaderd in een zwarte lijst, lijken een nieuwe richting aan te geven. De geschilderde architectuur heeft geen verdere plaatsbepaling meer nodig. De gebouwen zijn neergezet in een niet nader omschreven omgeving. Het gaat in dit werk om portretten van gebouwen die gesloopt zijn. Verdwenen zijn van de plek die zij ooit dominant bepaalden. In het schilderij ontworstelt de architectuur zich aan de drager, lijkt los te komen van het onbehandelde MDF en laat in haar vlucht een schaduw van hulplijnen en schetslijnen achter. Ontstegen architectuur, niet van steen.

Marie Christine Walraven Geschreven voor de expositie Niet van Steen in de Muzelink in Oss