Tekst geschreven door kunstcritica Marie Christine Walraven

Het nog jonge oeuvre van Benno de Wit, de kunstenaar studeerde in 2008 af aan de AKV St.Joost in Den Bosch, laat een bestendig thema zien. De Wit (Den Bosch, 1980) schildert architectuur. Hij portretteert - zoals hij dat zelf benoemt- de buitenkant van een bouwwerk en zoals dat past bij een portret, brengt hij dit herkenbaar in beeld.

Zijn schilderijen laten op precisionistische manier bestaande gebouwen zien. Ordelijke bouwkunst: strakke gevels, heldere vensters, strak gelakte deuren, daken, een schoorsteen en een regenpijp. Architectuur die bedacht en getekend is langs de loodlijnen van de logica. Geconstrueerd volgens de tekentafelwetten van de functionaliteit. Onwankelbaar neergezet op het stevige fundament van de zwaartekracht.

In het werk van Benno de Wit zijn mensen opmerkelijk afwezig. Rond de verstilde gebouwen zijn geen sporen van leven zien. Er is niet of nauwelijks sprake van menselijke activiteit. Het gaat niet om bewoonde woningen of om ronkende fabriekscomplexen. De gebouwen die De Wit schildert, in ijle 'hollandse luchtkleuren', zijn in feite contrasterende vlakken, beeldelementen die op een heldere wijze zijn gecomponeerd.

De tweede groep werken heeft een uitgesproken stedelijk karakter. De indrukken die De Wit opdoet tijdens de reizen die hij maakt naar Zuid-Amerika, met name naar Rio de Janeiro, worden in warmere kleuren neergezet. In een onbevolkt straatbeeld is slechts plaats voor het straatmeubilair. Verkeersborden, vuilnisbakken en verkeerslichten worden in een structuur gevangen van bovengrondse elektriciteitsdraden.

De meest recente werken, gekaderd in een zwarte lijst, lijken een nieuwe richting aan te geven. De geschilderde architectuur heeft geen verdere plaatsbepaling meer nodig. De gebouwen zijn neergezet in een niet nader omschreven omgeving. Het gaat in dit werk om portretten van gebouwen die gesloopt zijn. Verdwenen zijn van de plek die zij ooit dominant bepaalden. In het schilderij ontworstelt de architectuur zich aan de drager, lijkt los te komen van het onbehandelde MDF en laat in haar vlucht een schaduw van hulplijnen en schetslijnen achter. Ontstegen architectuur, niet van steen.

Marie Christine Walraven Geschreven voor de expositie Niet van Steen in de Muzelink in Oss

Tekst voor Portfolio, begin 2010

Ik hou van de wereld ontworpen door de mens, gebruikt door de mens, afgebroken door de mens om vervolgens weer nieuwe ontwerpen te maken. De stad is in een constante cyclus van ontwerp-gebruik-afbraak. Dit resulteert in mooie en lelijke gebouwen, frisse nieuwe, en vieze vervallen gebouwen.

Zo ontstaan mijn werken uit de visuele prikkelingen van de geometrische vormen en kleurvlakken van de (non-)architectuur in ons stedelijk landschap, dat gevormd wordt door de keuzes van de mens die dit landschap heeft doen ontstaan. Ik zou de cyclus van het stedelijk landschap niet willen beinvloeden. Maar ik zal de gebouwen die ooit deel uitmaakte van dit landschap niet roemloos ten onder willen laten gaan.

Ik voel altijd een plaatsvervangend schuldgevoel bij de sloop van een gebouw. Het is te vergelijken met het gevoel dat iemand weerhoudt een bijna gepensioneerd werknemer te ontslaan. Een mengeling van: in zijn waarde laten, respect tonen, en dank te uiten.

In mijn atelier probeer ik een laatste blijvend eerbetoon te maken, nadat het onvermijdelijke gebeurt is. Als een mortuarium-medewerker maskeer ik de lelijke plekjes en puistjes. Ik probeer het slachtoffer zo voordelig mogelijk vast te leggen zonder ver van de harde werkelijkheid af te wijken.  Ik zal ze vast leggen in een mooi portret over hoe het is of een visuele mijmering maken over hoe het was en hoe het had kunnen zijn...

Zo voorkom ik vergetelheid en geef ik het een nieuwe plaats.

Tekst voor Portfolio, November 2008

Mijn werk in tekst is eigenlijk al een probleem op zichzelf: mijn werk is visueel, mijn werk ontstaat vanuit een waarneming die is blijven hangen in mijn hoofd. In mijn hoofd laat ik het filter van mijn geheugen de rest doen: de beelden die dan ontstaan wijken af van de realiteit zoals ik die gezien heb. Zelfs als ik later werk met een foto van het originele waargenomen beeld dan zal mijn hand toch de selectiviteit van het geheugen volgen.

Maar wat is dit originele beeld dan? Dit originele beeld is het stedelijk landschap. Ik hou van de wereld ontworpen door de mens, gebruikt door de mens, afgebroken door de mens om vervolgens weer nieuwe ontwerpen te maken. De stad is in een constante cycles van ontwerp-gebruik-afbraak. Dit resulteert in mooie en lelijke gebouwen, frisse nieuwe, en vieze vervallen gebouwen. Dit levert een visueel beeld op van talloze grijze, bruine en blauwe tinten in de meest prachtige geometrische vormen, die vaak onbedoeld zich fantastisch tot elkaar verhouden. Hoezo lelijk gebouw?

Wat mij daarom erg tegen staat is het roemloos tenonder gaan van gebouwen. De oude molen of een trapgeveltje krijgt een actie comité voor behoud van het gebouw. Maar wie heeft de wens om een jaren 70 doorzonwoning te behouden? Wie herinnert zich de gebouwen nog als ze nooit op een ansichtkaart terecht gekomen zijn?

Ik zou die gebouwen niet kunnen of willen behouden. Maar ik zal ze niet roemloos ten onder willen laten gaan. Ik zal ze vast leggen in een mooi portret. Ik zal een visuele mijmering maken over hoe het had kunnen zijn om daarmee de vraag te stellen of lelijk wel lelijk is...

4 November 2008

Het oerwoud is verdwenen, de moerassen zijn drooggelegd. De stenen zijn gebakken, de huizen zijn gebouwd, de kanalen zijn gegraven, het hout is gezaagd, het veen is ontgonnen, de wegen zijn aangelegd, het katoen is geweven, de suikerbieten zijn vervoerd, het water is gezuiverd, de biskwietjes zijn gebakken.

Sommige veranderingen gaan snel, andere langzaam. Het is lang geleden dat alleen de seizoenen wisselde, en de wereld verder hetzelfde leek te blijven.

Openingstekst van de documentaire 'Niets voor de eeuwigheid' van Digna Sinke

22 September 2008

Het verbaasd mij wat ik om mij heen hoor over lelijk en saai. Vooral als het stedelijk landschap bedoeld wordt. Is dit echt hun mening? Of is deze mening meer aangeleerd, dan echt waargenomen met de ogen? Kijken ze selectief? Ieder stedelijk landschap zit vol met spannende lijnen en kleurvlakken die zich geweldig met elkaar verhouden. Maar dit wordt niet gezien lijkt het. Misschien kijk ik wel net zo selectief als ik die dingen wel zie, en de lelijkheid niet. Met mijn schilderijen probeer ik de manier van kijken in het stedelijk landschap te sturen

 

Eindbeoordeling kunstacademie, 26 Juni 2008

De eindexamenpresentatie van Benno bestaat uit zeven schilderijen. Zeven schilderijen met daarop alledaagse gebouwen. Huizen, kleine bedrijven, die men overal kan aantreffen in Nederland. anonieme gebouwen, niet verbonden door streek of bodem, maar seriemodellen, waar er duizenden van zijn neergezet: in Haarlem, in Heerenveen, in Helmond, in Hilversum. Ook de straatnamen verraden geen identiteit: Musicalstraat, Orchideestraat.

Hij heeft de gebouwen geschilderd met aandacht en een zekere liefde, zoals je een kozijn kunt schilderen of een tuin kunt harken. Ingetogen, zonder uitbundigheid. Ook de formaten en de materialen spreken zich niet uit; acrylverf op mdf, bescheiden formaten ± 30/40 cm in de lengte of de breedte.

Benno schildert een ode aan het gewone. Hij wil tonen dat het in zijn leven niet gaat om spektakel en powerplay, maar dat de betekenis zit in de waardering van het alledaagse.

Is dit alles interessant? Als stelling / Vanuit de schilderkunst / Voor mij als toeschouwer? Ik geloof niet dat het Benno daarom gaat. Hij vindt het van belang, en dat laat hij ons laten weten.

Bert Schutter

Sterke hang naar het verleden van Oss

Brabants Dagblad | 16-09-2010 | Gerrit van den Hoven

De Osse kunstenaar Benno de Wit heeft een sterke hang naar bet verleden. Hij bouwt met 'Resting City' een virtuele stad vol gesloop te panden, vooral uit Oss. Het is een late roeping, het kunstenaarschap van Benno de Wit uit Oss. De inmiddels 29-jarige De Wit studeerde twee jaar geleden af aan de deeltijdopleiding van de kunstacademie in Den Bosch. Daarvoor deed hij elektrotechniek Maar de kunst bleef aan hem trek ken. „Mijn vader heeft een elektronicabedrijf in Oss. Daar werk ik halve dagen."Ik kreeg sterk het gevoel dat ik iets anders wilde doen." De jonge Benno leek niet voorbestemd kunstenaar te worden. Hij tekende op school en thuis wel veel en graag. Maar kunstenaar? Het was geen thema. Tot twaalf, dertien jaar geleden, toen hij thuis een uitstapje mocht kiezen en tot ieders verbazing voor het Amsterdamse Rijksrnusuem koos. Ook tot zijn eigen verrassing, overigens. De Wit: „Ik weet eigenlijk niet waarom ik juist daar voor koos." In het museum bewonderde hij Rembrandt, natuurlijk, maar de zeeschilderijen van Willem van de Velde de Jonge bleven hem het meeste bij. Als een trage vrucht groeide de belangstelling voor kunst in hem, tot zijn besluit enkele jaren geleden om kunstenaar te worden. Op de academie schilderde De Wit vooral exterieurs van huizen met alles er op en aan. Bloemen in de tuin, de gordijnen voor de ramen en de wolken erboven. Maar inmiddels worden de schilderijen steeds kaler en tot de essentie teruggebracht. Een opvallend project is 'Resting City', waarvoor De Wit op zoek gaat naar slooppanden, vooral in Oss. Hij zegt een soort schaamte te voelen als er een pand verdwijnt waar mensen aan hebben getekend en gebouwd. Als een eerbetoon fotografeert hij de panden en schildert ze nauwgezet na. Met de computer scant hij die vervolgens in en zo ontstaat langzaam een virtuele stad met gebouwen waar een bezoeker met een joystick door kan wandelen. Het voormalige postkantoor staat er in, panden uit de Heggestraat en de Goudmijnstraat in Oss, maar ook huizen in Geldrop die verdwenen zijn. Geen bijzondere architectuur, maar heel gewone gebouwen. „Het is een zekere nostalgie, ik wil die panden niet roemloos ten onder laten gaan." Het idee voor een virtuele stad van verdwenen gebouwen was er al langer, maar kreeg pas vorm nadat De Wit afgelopen jaar na een cursus bij het CBK in Den Bosch het computerprogramma onder de knie kreeg. De Wit heeft iets met historische panden. In een ander doorlopend project, het op klein formaat uitgevoerde 'City Scape Evolution', tekent De Wit op foto's uit de reeks oude ansichten de inmiddels drastisch gewijzigde straatgezichten. Eerder viel hij op door 'Wat als ...koekfabriek', een illegaal neergezet bankje in de Molenstraat met zicht op de plaats waar vroeger een koekfabriek stond. Op het bankje had De Wit met verschillende soorten tuinbeits de verdwenen fabriek geschilderd. Het bankje werd weggehaald en later neergezet in het park, met nog steeds zicht op de plek waar de fabriek ooit stond. De Wit koos voor de illegale aanpak omdat hij zelf anoniem wilde blijven en toch graag zijn werk wilde laten zien. Want het krijgen van exposities is een probleem voor veel pas beginnende kunstenaars. Vandaar ook dat hij zich heeft aangesloten bij K26, het initiatief van Osse kunstenaars en van Plaka in Megen. Zo is hij verzekerd van tentoonstellingen en kan hij werk blijven maken..

Benno de Wit in voetspoor Van Gogh

VEENOORD- In het Van Gogh Huis werd afgelopen weekeinde een nieuwe expositie geopend door Van Gogh en Drenthe-bestuurslid Leo Pekelsma. Waarmee de band Drenthe-Brabant in deze Van Gogh-context een extra dimensie kreeg. Pekelsma haalde voor de opening enkele typischeVan Gogh-sfeerbeelden aan en merkte op dat de Provincie Drenthe het beeldmerk van Van Gogh in de promotie-campgane gaat voeren. Een eerste officiele erkenning voor het bestaan van het van Gogh Huis op dit niveau. Eindelijk dan provinciale waardering en ondersteuning na ruim een lustrum zonder. Pekelsma schilderde enkele sfeerbeelden van de tijd en gemoedstoestand waarin Van Gogh z'n werk in Drenthe maakte. Hier in Veenoord besloot Vincent daadwerkelijk voor het schildersvak te kiezen en z'n geloofsbemoeienis achter zich te laten. Hij kreeg meer oog van de menselijke drama's op het platteland en verbeeldde zich de echte armoede en eenvoud van het harde Drentse leven in aan de hand van wat hij hier in de twee maanden van 1883 zelf meemaakte. Z'n ietwat melancholische karakter, z'n pijnlijke verdrongen liefdeservaring met Sien en de vaak donkere sfeerbeelden van de omgeving met z'n soms diepzwarte turfstroken raakten hem zozeer dat hij vooreerst uitsluitend donkere werken maakte. Zelfs in 1885 toen hij zich in Nuenen aan de aardappeleters zette, waren de donkere kleuren nog veruit favoriet. Toch was hij vol ontzag over de ongerepte schoonheid van het Drentse land, zoals hij vaak in z'n brieven aan broer Theo verwoordde. Pas veel later, toen de Franse zon volop op z'n vilten hoedje scheen, kwamen de frisse vrolijke kleuren onder z'n penselen tot leven. Benno de Wit (28 november 1980 Oss) had niets met Drenthe, totdat hij zich in een stukje van Van Gogh ging verdiepen. Van daaruit ontstond natuurlijk ook de drang om naar het prille begin van Vincents carriere af te reizen. Benno studeerde net af aan de Academie voor Kunst en Vormgeving in Den Bosch en hij heeft een fascinatie voor architectuur. Dat is in de expositie terug te vinden in tweemaal het Van Gogh Huis en het kerkje in Zweeloo dat Van Gogh etste met de schaapskudde. Ook schilderde hij een woning van de Scheidingsweg. Op zijn wandelingen door de omgeving maakte Benno foto's van gebouwen en dorpsgezichten en landschappen die hij met kleur verandert.

De expositie is tijdens de openings-uren van het Van Gogh Huis nog ruim tvvee maanden te bewonderen. [foto's Wessel Berkhout).

Ossenaar exposeert in Amsterdams Van Gogh Huis

De Sleutel | 10-06-2009 | Henk Ruurda

OSS/NIEUW-AMSTERDAM -Vanaf 14 juni exposeert de jonge Osse kunstenaar Benno de Wit in het Van Gogh Huis in Nieuw Amsterdam.

Van Gogh woonde er ruim twee rnaanden en schilderde het Drentse landschap, huizen met mosdaken en armoe. De Wit las de brieven van Van Gogh aan zijn broer Theo en bekeek Nieuw Amsterdam en omgeving door Vincent's ogen. Op zijn schilderijen hedendaagse bouwwerken, huizen in wijken van minder bedeelden, rijtjeswoningen. "Ik ben gefascineerd door het stedelijk landschap," vertelt De Wit (Den Bosch, 1980). "Vooral bouwwerken die zo maar ergens worden neergezet en ook zo weer kunnen worden gesloopt, dus niet van die heel fraai ogende architectonische hoogstandjes. Eigenlijk vind ik non-architectuur het meest interessant, gebouwen waarvan er dertien in een dozijn gaan. Kantoorpanden en rijtjeswoningen. En ook bijvoorbeeld het V&D gebouw in Oss. Op zich is het eigenlijk niet zo'n heel lelijk gebouw, het heeft best wel spannende vormen, rare bogen, dakjes boven die bogen. Iedereen vindt het het lelijkste gebouw van Oss, maar het staat gewoon op de verkeerde plek." "Kleur is voor mij niet de hoofdzaak maar wel de belangrijkste bijzaak. Het staat oiet pp zichzelf, maar is bij mij altijd een kleurvlak. De kleurvlakken vormen ook altijd een herkenbaar deel van het landschap, ik laat elementen weg en voeg er nieuwe aan toe. Daardoor verandert de realiteit in mijn eigen interpretatie, zonder dat ik de waarheid geweld aan doe." De Wit was er bij het weekend voor de sloop van' het oude postkantoor aan de Kruisstraat. Van dat gebouw maakte hij verscheidene kleurrijke impressies. lets dergelijks deed hij in het verpleeghuis Ter Weer in Heeswijk-Dinther. Op zijn website www.bennodewit.nl zijn videoopnames van de schilderingen tezien.

Inspiratiebron De Wit is een paar weken geleden getrouwd met Carine en is net terug van zijn huwelijksreis naar haar geboorteland Brazilie. Hij maakte daar tijdens voorgaande bezoeken en nu ook talloze foto's die hij terug in Nederland verwerkt in zijn schilderijen. "Vooral de chaos in Brazilie is voor mij een grote inspiratiebron. Al die elektriciteitsdraden die als een wirwar van het ene gebouw naar het andere slingeren. Alles lijkt er zomaar aan elkaar geknoopt. Geweldig! Compleet anders dan de geordendheid in Nederland. De exposities zijn vanaf 14 juni tot eind augustus te zien in het Van Gogh Huis in Nieuw Amsterdam. Meerinfo: www.vangogh-drenthe.nl

Postkantoor Oss kunsttempel in paasweekeinde

Brabants Dagblad | 20-03-2009 | Hans van Alebeek

OSS - Voordat het pand gesloopt wordt, fungeert het lege postkantoor van Oss in het paasweekeinde van 11 en 12 april nog één keer als grote kunsttempel. Tientallen kunstenaars en instellingen gaan in de diverse ruimtes in het gebouw iets speciaals doen of laten zien. Beide dagen is het postkantoor aan de Lievekamplaan tussen 11.00 en 17.00 uur gratis toegankelijk voor het publiek. De organisatie hoopt op een paar duizend bezoekers bij het bijzondere afscheid van het gebouw. Initiatiefnemer van het project 'Verlaten post, post verlaten' is kunstenaar Alex van der Heijden. Hij is, samen met de Osse operavereniging, een van de laatste gebruikers van het immense pand. De operavereniging repeteert in het lege postkantoor en Van der Heijden gebruikt een ruimte voor zijn mozaïekproject met betonnen banken. Toen hij hoorde van de sloop van het pand, was het plan voor een kunstzinnig afscheid snel geboren. Medewerking kreeg hij vrijwel meteen van onder andere de Osse kunstkring K26, de Bernhezer Kunstkring en het Platform Udense Kunstenaars. Op 11 en 12 april is in het gebouw van alles te zien en te beleven. Dat varieert van schilderijen en installaties tot graffiti en eenmalige kunst op muren en ramen. Maar er is ook muziek van diverse bands en artiesten, een tweedehands boekenmarkt van de bibliotheek, een foto-expositie over het postkantoor van het stadsarchief en een reünie van postbodes. Er zijn overigens op die dagen nog een paar ruimtes niet bezet. Belangstellenden met een leuk idee of voorstel kunnen zich bij Alex van der Heijden melden. Het is de bedoeling dat de manifestatie op eerste paasdag om 17.00 uur wordt afgesloten met het blazen van The Last Post vanaf het dak van het postkantoor.

K26 bekent kleur met nieuwe expositie

Brabants Dagblad | 12-03-2009 | Manjo van Boxtel

OSS - Kleur bekennen heet de expositie deze maand in K26. Want los van nun opmerkelijke kleurgebruik laten de kunstenaars duidelijk zien wie ze zijn en wat hen bezig houdt. Ofwel: ze bekennen kleur. Die kleur begint nog bescheiden, met werk van Ria van Roosmalen. Op het eerste gezicht lijken haar schilderijen heel abstract, totdat ze gaat vertellen. Ineens zie je het: natuurlijk is dat het riet in de polder, tegen een waterige lucht. En natuurlijk is dat een besneeuwde beekbedding, je ziet het water haast klateren. Door het gevoel en de essentie van het landschap te schilderen, worden abstracte kleurvlakken haast tastbare werkelijkheid. De bijna fotografische schilderijen van Benno de Wit zijn dan opeens heel anders. Hij schildert kleurrijke Braziliaanse straten, die vervreemdend aandoen door het ontbreken van mensen, dieren en auto's. De Wit is geïnspireerd door architectuur. Zo heeft hij over oude foto's van Oss de nieuwe bebouwing getekend. Het protestantse kerkje, het oude postkantoor, het oude ziekenhuis: allemaal zijn ze nog zichtbaar onder de nieuwe, strakke zakelijkheid. Ook het lelijkste gebouw van Oss neemt De Wit onder handen. Loze boogvormen lijken zo geheimzinnige doorgangen. Door het benadrukken van vlakken en kleurstellingen wordt de 'V&D doos' opeens interessant. „Lelijke gebouwen bestaan niet", stelt De Wit duidelijk.

Totaal anders schildert Betsie Uijen. Toch zijn ook haar stadsgezichten kleurrijk. Maar zij gaat verder: alle details verdwijnen. Ze abstraheert haar werk zo sterk, dat het kubistisch aandoende composities worden. Daar tegenover staan haar haast intieme close-up schilderijen van muzikanten. „Ik wilde mijn bejaarde vader met zijn saxofoon schilderen, voor het te laat was. Het werd het begin van een hele serie". Kleur is ook essentieel in het werk van Ruth van de Pol: Laag over laag groeien haar schilderijen. Tijd, het rivierenlandschap, natuur, filosofie, licht en ruimte: alle elementen verwerkt Van de Pol tot soms wat herkenbare, maar meestal vrij abstracte doeken. Als kijker ben je deelgenoot van haar verwondering. „Bij mij staat kleur voor licht en voor stemming", legt ze uit. „Met kleur wil ik iets oproepen en het beeld versterken." Maar de kleuren knallen toch wel het hardst van de beelden van Joke van Aalten. Haar bekende bolle vrouwfiguren lopen parmantig paraderend over houten meerpalen. Diezelfde bolle vormen, maar ook hetzelfde uitgelaten optimisme zie je terug in drie kleurig gepatineerde bronzen paardjes en in de vrolijke kippetjes van beschilderd neolith. „Eigenlijk hadden die korte pootjes", vertelt Van Aalten, „maar dat kwam hier .niet goed uit. Nu stiaan ze op lange stelten en opeens bewegen ze samen. Dat voegt een extra dimensie toe, ik denk dat ik dat mooi zo laat." De expositie 'Kleur bekennen' duurt tot en met 29 maart. Op zondag 15 rnaart geeft het koor Vocal Vibes twee miniconcerten in K26, om 14.00 uur en 15.00 uur.

Regiokunstenaars bekennen kleur

De Stadswijzer | 06-03-2009 | Pierre Spierings

K26 herbergt sinds deze week een bijzondere groepsexpositie. Vijf kunstenaars uit de regio exposeren onder de titel Kleur bekennen tonen recente schilderijen en beelden. Centraal thema van de expositie is kleur als beel-dend element in de kunst. De expositie wordt op 1 maart a.s. officieel geopend door dichter Maar-ten van den Elzen.

De expositie in K26 is de groepstentoonstelling van de Stichting Beeldende Kunst Oss en Lith. Alle kunstenaars wonen en werken in de regio en zijn aangesloten bij de stichting. Betsie Uijen, Benno de Wit, Ruth van de Pol en Ria van Roosmalen laten schilderijen zien, Joke van Aalten exposeert haar beelden, Volgens de exposanten heeft de expositie ook een spreekwoordelijke betekenis. De kunstenaars bekennen kleur. Zij komen voor hun mening uit, treden naar buiten en openbaren middels hun werken hun diepste gedachten en gevoelens. Kleuren worden gebruikt om emoties en gemoedstoestanden aan te duiden. Rood staat voor woede, groen voor jaloezie. Kleuren werken ook op het. gemoed: het groene bos maakt rustig, rood maakt actief en gespannen. Voor Ruth van de Pol (Megen) is kleur vooral stemming. "Kleur staat voor emotie. Ik probeer met kleur iets op te roepen en het beeld te versterken." Haar inspiratiebron is de omgeving van Megen. Zij observeert en slaat haar indrukken op. De herkenning ontstaat later weer als zij het op het doek zet. Voor Betsie Uijen (Oss) geldt hetzelfde. "Ik schilder zowel abstract als figuratief, maar kleur heeft altijd dezelfde functie. Ik wil de kijker uitdagen door steeds een andere emotie over te brengen." Door met kleuren te spelen voegt zij steeds nieuwe informatie toe aan haar schilderijen.

Benno de Wit (Oss), net afgestudeerd aan de Academie voor Kunst en Vormgeving in Den Bosch, heeft een fascinatie voor architectuur. Op zijn wandelingen door de stad maakt hij foto's van gebouwen en stadsgezichten die hij met verf en kleur verandert. "In tegenstelling tot mijn mede exposanten is kleur voor mij niet een hoofdzaak. Het is wel de belangrijkste bijzaak. Kleur is bij mij niet opzichzelfstaand, bij mij is kleur altijd een kleurvlak. De kleurvlakken vormen ook altijd een herkenbaar deel van het stedelijk landschap. Ik laat elementen weg en voeg nieuwe toe.. Daardoor verandert de realiteit in een eigen interpretatie, echter zonder de waarheid geweld aan te doen, Ik maak de stad heus niet kleuriger dan ze is."

Bij Ria van Roosmalen (Lith) ontplooide zich met een voorkeur voor aardse thema's en de natuur. "Daar haal ik nog steeds een belangrijk deel van mijn inspiratie. Ik onderga een emotie vooral in kleur, soms latent, soms heel sterk, en vertaal deze naar een beeld dat deels intuïtief tot stand komt. Deze werkwijze leidt tot abstractie, maar wel altijd met een verwijzing naar iets diepers, een emotie, een beeld of een thema." Beeldhouwster Joke van Aalten (Oss) heeft een fascinatie voor ronde vormen. Deze zijn terug te vinden in de vrouwenbeelden die zij maakt. Haar beelden zijn in felle kleuren uitgevoerd. "Voor mij is kleur vooral een esthetisch hulpmiddel. De kleurkeuze hangt sterk af van de emotionele fase waarin ik op een bepaald moment verkeer. Mijn werk hangt sterk samen met mijn persoonlijke ontwikkeling. Het is een soort therapie."

Vijf kunstenaars, vijf werkwijzen, maar een gemeenschappelijke visie die Ruth van de Pol zo samenvat: "Kleur bekennen is laten zien wie en wat je bent. Niets meer en niets minder." Bezoekers kunnen terecht in . K26 (Kruisstraat 26, Oss) van. donderdag t/m zondag. De expositie is te zien tot en met 29 maart. De officiele opening is op 1 maart geweest, waarbij de Udense stadsdichter Maarten van den Elzen zijn poetische blik liet schijnen op de werkstukken. Meer informatie: www.k26.nl.

K26, biënnale van de kleine kunst

De Sleutel | 24-12-2008 | Henk Ruurda

OSS - Donker en druilerig is het in de Kruisstraat. In de etalage van de Wereldwinkel staan kerststalletjes te pronken. Bij de buren op nummer 26 wordt de aandacht getrokken door een verzameling beelden, schilderijen en een uitnodigende ruimte met op de achtergrond een aantal silhouetten. K26, biennale van de kleinekunst.

Twee vriendelijke dames staan bij en achter de informatiebalie. Ruth van de Pol en Joke van Aalten zijn beiden lid van de Stichting Beeldende Kunst Oss en Lith. Samen met de achtende-tig andere leden hebben zij de eindejaars-tentoonstelling van de Stichting ingericht. Tot 4 januari 2009 is er in K26 een overzicht te zien van het heel diverse werk van deze veertig kunstenaars, die van hun hobby nun beroep hebben gemaakt. Op de valreep van deze zaterdag zijn beide kunstenaars annex gastvrouw graag bereid toelichting te geven. Dat is het leuke van K26; je treft er altijd wel een van de exposanten die over zijn of haar werk wil vertellen.

Beeldjes Joke van Aalten bijvoorbeeld. Ze maakt vrolijke, kleurrijke beeldjes. "Ik ben heel erg geïnspireerd door ronde vormen, en heb de afgelopen tijd diverse dikke, af en toe bijzonder uitgedoste dames gemaakt in alle mogelijke felle kleuren. Nu ben ik me ook met diervormen gaan bezighouden." Ruth van de Pol op haar beurt haalt vaak inspiratie uit de natuur en het rivierenlandschap. Ze woont in Megen en gaat er vaak op uit, met schetsboek en fototoestel. "Als ik dan weer thuis ben, probeer ik in mijn atelier dat wat ik heb waargenomen, op mijn eigen wijze te interpreteren. Mijn doeken zijn niet zo uitbundig, vaak een beetje melancholisch. Ze hebben verscheidene lagen en zijn heel transparant." Van alle kunstenaars is er achtergrondinformatie te vinden in de informatiehoek. En er is uiteraard een overzicht aanwezig met alle tentoongestelde werken en de vraagprijs. Ook is er een agenda met de komende exposities. Meer informatie op: www.k26.nl K26 is elke donderdag open van 17.00 tot 21.00 uur en op vrij-dag, zaterdag en zondag van 13.00 uur tot 17.00 uur.

‘Waardig afscheid van Ter Weer’

Brabants Dagblad | 22-12-2008 | Peter van der Steen

HEESWIJK-DINTHER - Op unieke en mooie wijze namen kunstenaars dit weekend afscheid van verzorgingshuis Ter Weer aan Plein 1969 in Heeswijk-Dinther.

Het prachtige initiatief van de Bernhezer Kunstkring lokte vele honderden belangstellenden, die nog één keer het gebouw bezochten om te genieten van kunst en uit eerbetoon voor een gebouw waarin zoveel ouderen hun laatste levensjaren hebben doorgebracht. Geen hoekje van Ter Weer hebben kunstenaars onbenut gelaten. Van telefooncel tot kapel en alle zestig woonkamers zijn in gebruik. Het thema 'ouderdom en vergankelijkheid' blijkt een goeie inspiratiebron. Het doolhof 'Walk of Live' biedt in een reis door het leven en de kamer ernaast een museum van eenzame sokken. "Leuk bedacht, heel erg eigen", en "knap zeg, ge moet er maar opkomen" zijn reacties van bezoekers. Kaarsen branden in het voormalig mortuarium bij het register waarin alle overledenen staan geschreven. Midden in de rouwkamer staat een glazen lijkkist dat als een aquarium gevuld is met water. Goudvissen zwemmen vrolijk rond en op de bodem prijkt het gedicht 'De Geur van Dood'. In stil contrast zingt Frans Bauer 'Heb je even voor mij'. "Doodgaan is altijd een strijd en Frans Bauer maakt het wat luchtiger", legt kunstenaar-dichter Charles Steijger uit. Op het altaar in de kapel ligt een krans met 'Een laatste groet'. Bezoekers schrijven er hun laatste groet. "Het was hier altijd gezellig", schrijft de een en "'t is zund", de ander. Tientallen koperblazers spelen 'Lord Tullamore' vanaf de balkons. De uitvoering is indrukwekkend, bijzonder en bijzonder mooi; een eerbetoon aan de vele bejaarden die de balkons hebben bevolkt. Natuurtheater De Kersouwe speelt een balkonscène met koning Willem Alexander en koningin Máxima. Het koningspaar trakteert het publiek op een tango. Veel hilariteit ook tijdens de scène met de kibbelende bejaarden Toon en Marieke. "Ge hoeft hier niet meer terug te komen, want ze ruimen 't hier toch op", roept Marieke. Kostelijk is de scene met een bejaarde Romeo en Julia en prachtig zingt Evita vanaf het bovenste balkon 'Don't cry for me Argentina'. Het publiek zingt zachtjes mee. De Kersouwe weet de kern te raken als de laatste bewoonster door een brandweerkraan van het balkon wordt getild. Bewoonster: "Alles is weg. Alles is dood. Ik wil ook gaan."

Mijmerbankje

Brabants Dagblad | 30-08-2007 | 'Loepkijker'

Het 'anonieme' bankje dat sinds maandag op de Osse gemeentewerf staat, is speciaal gemaakt voor de plaats waar het verwijderd werd: het trottoir bij het hekwerk van Museum Jan Cunen. Tegenover waar ooit koekfabriek De Ster stond, die hij op het bankje heeft afgebeeld. Dat laat maker 'Schilder In De Regen' weten. Zijn echte identiteit blijft geheim, maar wel onthult hij aan Loepkijker dat hij 26 jaar jong is. Sinds zijn derde jaar woont hij in Oss, „dus ik voel me een echte Ossenaar". Schilder zegt het bankje te hebben gemaakt om erop te gaan zitten mijmeren hoe het ooit was. „Zoals iedere Ossenaar weet is Oss een echte industriestad. Dat uit zich op meerdere manieren. Een ervan is bijvoorbeeld dat gebouwen die hun functie verloren hebben, onherroepelijk gesloopt worden om plaats te maken voor iets nieuws." Zoals de stoomkoekfabriek aan de Molenstraat, recht tegenover het Jan Cunenpark. Het is die fabriek De Ster die Schilder op zijn bankje heeft afgebeeld. Want hij vindt het jammer dat „we niet wat trotser zijn op dit alles, ons altijd vernieuwend Oss. Waarom koesteren we ons industrieel verleden niet wat meer?" Al wat in het straatbeeld nog aan het markante gebouw herinnert, is een bruin bordje met uitleg over de geschiedenis. Dat bordje hangt naast de entree van de apotheek. Schilder: „Het hangt 10 a 15 meter te ver naar links." Hij vervolgt: „Wat ik geschilderd heb is het uitzicht dat je zou hebben vanaf het bankje, indien het hoofdgebouw niet gesloopt was. Het leek mij leuk als mensen de afbeelding zagen, op het bankje gingen zitten en een beetje kijken en mijmeren over hoe het was, hoe het kon zijn, en hoe Oss er in de toekomst uit zal zien." Trouwens, een ander kenmerk van een echte industriestad vindt Schilder dat het kunstbudget erg laag is. „Vandaar dit bankje, volledig gratis voor Oss; uit mijn eigen zak betaald." Oss mag het bankje houden van hem, al zou Schilder het zeer prettig vinden wanneer het op de plek terugkomt waar hij het speciaal voor heeft gemaakt: bij het Jan Cunenpark.

Bankje

Brabants Dagblad | 28-08-2007 | 'Loepkijker'

Een zwart hangslot verbond een mysterieus bankje een week lang met het groene hek rond het park bij Museum Jan Cunen in Oss. Ja, een week heeft Loepkijker de driezitter in de verte zien staan. Gisterochtend besloot hij er eens op te gaan zitten. Het was geen heel erg degelijke bank maar toch van een zodanig solide kwaliteit, dat drie personen er een hele voormiddag zonder gevaar op hadden kunnen keuvelen. Hádden, want het bankje is inmiddels weg. „Er is geen vergunning voor verleend”, meldde de gemeente toen haar werd gevraagd naar bijzonderheden over het bankje. „De opzichter laat het weghalen.” Amper een kwartiertje na dat telefoongesprekje was het bankje inderdaad weg. Snel en drastisch. Hoewel bijna niemand het bewuste bankje gezien zal hebben, is de deportatie naar de gemeentewerf nu al een gemeentelijke misser te noemen. Want het bankje is een kunstzinnig initiatief van een onbekend persoon, die het de naam meegaf Schilderij in de regen. Aandoenlijk, vindt Loepkijker. Verder stond het zitje niemand, maar dan ook echt niemand in de weg. Wat het opgeruimde object helemaal bijzonder maakte, was de tekening erop. Met veel ijver heeft de kunstenaar alle twaalf planken van elke twee meter lengte voorzien van een object dat tussen 1903 en 1983 verderop aan de Molenstraat heeft gestaan. Het was een bedrijfspand met een gebogen façade en een torentje erboven. ‘Stoomkoekfabriek De Ster’, staat er op de voorgevel. En eronder wordt vermeld ‘Gebr.s Ploegmakers’. Het groene onderstel kleurde mooi bij het Cunenpark-hek en maakte de boel tot bank. Internet geeft op ‘stoomkoekfabriek’ slechts één hit, ergens in de provincie Zeeland. Maar het Stadsarchief Oss biedt uitkomst; daar zijn nog oude foto’s en advertenties van De Ster te vinden, een fabriek die gespecialiseerd was in het machinaal maken van koek. Daarover zou Loepkijker nou graag op een bankje verder willen mijmeren; hoe Oss Deventer vóór was. Maar om daarvoor nou op de gemeentewerf te gaan zitten!